Telefonisch reserveren?

013 744 02 13

ma - vr: 9.00 - 17.30u zaterdag: 10.00 – 14.00u

U bevindt zich hier: Home » Achtergronden » Fauna en Flora
gastronomie denemarken

Fauna en Flora

In een ver verleden was Denemarken een dicht bebost land. Van het dichtbeboste land dat Denemarken vanaf de laatste ijstijd tot het begin van de Middeleeuwen was, is weinig overgebleven. Houtkap voor huizenbouw, scheepsbouw en brandstof en de begrazing door het vee hebben het landschap in een snel tempo ontbost. Waar het bos verdween, verscheen de heide. Op dit moment bestaat ongeveer 11% van het landoppervlak uit bos.

De eerste herbebossingsprojecten werden rond 1870 gestart, nadat in 1867 Det danske Hedeskelsab (Heidemaatschappij) was opgericht. De maatschappij was in het leven geroepen om de heidevelden in Noord-Jutland geschikt te maken voor landbouw en zo het verlies van de vruchtbare landbouwgebieden in Noord-Sleeswijk (zuid-jutland) te compenseren. Langs de kusten werden de duinen met dennen en duingras aangeplant waarmee het oprukkende stuif¬zand getemd werd en ontstonden de klitplantager (duinaanplantingen).

Na meer dan een eeuw van herbebossing door de Heidemaatschappij en door particulieren beslaan de bossen 11% van het landoppervlak.

Langs de kust van de Noordzee, het Skagerrak en aan de zuidkant van het Kattegat vinden we bossen met (aangeplante) dennen en sparren. Beuken en eiken komen tezamen met naaldbomen het meest voor in Denemarken. De monotone dennenaanplant in de duinen wordt langzaam vervangen door een meer gemengde. Daartussen groeit o.a. helmgras dat duinen beschermt. Door de ontbossing zijn bijna alle eikenbossen verdwenen. Berkenbossen komen nog wél voor en de groene beuk is de nationale boom van Denemarken. In jutland bevindt zich het grootste, voornamelijk uit naaldbomen bestaande Deense woud. Veel voorkomende bomen zijn olmen, hazelaars, esdoorns, grove dennen, berken, espen, lindes en kastanjes. In Noord-Jutland komen uitgestrekte heidevelden voor. In Denemarken komen ongeveer 1500 plantensoorten voor, ongeveer vergelijkbaar met Nederland.

In het noorden en noordwesten van Jutland ontstonden als gevolg van de slechte afwatering uitgestrekte hoogveenmoerassen. Aan de kust komt de bijzondere roze-witte strandroos voor. De nationale bloem is de margriet.

De wildstand in Denemarken is in de 20e eeuw sterk teruggelopen. In de bossen leven nog edelherten en reeën, maar wilde zwijnen en herten zijn schaars geworden. Dat geldt ook voor otters en vossen. Kleine zoogdieren, zoals konijnen, hazen en muizen, zijn beter vertegenwoordigd. Langs de kusten zijn zeehonden waarneembaar. Het vogelleven is rijker. Vele vogelsoorten foerageren in het waddengebied voor de kust van Zuidwest-Jutland, dat de status van Europees natuurreservaat heeft gekregen. Verspreid over het land zijn er andere kleine vogelreservaten, veelal in het overgangsgebied tussen land en zee. Van de zeeroofdieren komt naast de gewone zeehond de grijze zeehond voor. In de kustwateren zijn regelmatig bruinvissen en tuimelaars te zien. Van de vleermuizen zijn er alleen gladneuzen.

In de rivieren en beken kan gevist worden naar o.a. forel, sneep, baars en snoek. Zeevissers vangen veel kabeljauw, geep, zeeforel, koolvis, griet en haring.

Er komen ongeveer 350 soorten vogels voor in Denemarken. De helft daarvan broedt in Denemarken zelf; de rest zoekt warmere streken op. Veel voorkomende vogels zijn, behalve de vele soorten kustvogels en steltlopers, de raaf, zeearend, patrijs, fazant en eend. Het aantal ooievaars is in de loop der jaren sterk afgenomen. De nationale vogel is de zwaan.

Er zijn 68 soorten inheemse vlinders te zien in Denemarken. En verder komen er 11 soorten kikkers en padden voor. Door het verdrogen van veel natte gebieden is de helft van de broedplaatsen van deze dieren verdwenen.Bron: http://www.landenweb.nl/

Klik hier om terug te gaan naar Achtergronden»